Verstoorde relaties / het verdriet van een moeder

Zojuist  met Rita haar uitvaartwensen besproken. Ze verblijft in de hospice en heeft niet veel tijd van leven meer. Ze is intens verdrietig. Graag had ze op een goede manier afscheid van haar leven genomen. Van haar dochters, van de kleinkinderen, van haar broer. Ze heeft ze nog wat te zeggen voordat ze haar ogen wil sluiten. Maar er is een dochter die niet komt. Ik vroeg of ze er met mij over wilde praten en ze schudde haar hoofd en zuchtte dat het geen zin meer heeft. Tranen rolden over haar wangen. Zo moe en zo verslagen.

In de hal ontmoet ik twee van haar dochters. We bespreken  de komende uitvaart. Ze zijn verdrietig en ik voel ook boosheid. Ik breng hun derde zus ter sprake. Met ingehouden woede barst een van hen uit. “Die rotzus, jarenlang verpest ze het leven van onze moeder, en nu is het ook nog haar schuld dat moeder het leven niet kan loslaten.” Hun zus blijkt al een aantal jaren geen contact meer met de moeder te hebben. De reden daarvan is onduidelijk . Ondanks vele smeekbedes van de moeder, en pogingen  van anderen hield de dochter haar mond. Kleinkinderen werden geboren, moeder kreeg een geboortekaartje. Op het sturen van vele brieven, kaarten en cadeautjes kwam nooit een reactie.  Toen moeder een jaartje geleden ziek werd hebben de zussen geprobeerd met hun zus te praten, onmogelijk. “mama wilde haar excuses aanbieden voor wat ze eventueel fout gedaan had maar kreeg nooit de kans. Ze heeft zoveel verdriet gehad. Al die verjaardagen, kerstdagen, ze had zo graag haar kinderen en kleinkinderen bij elkaar gehad. Nooit meer was het compleet”

Het blijkt dat er ook vanuit de huisarts en Hospice pogingen zijn gedaan om de dochter bij haar moeder te krijgen. Dochter is onverbiddelijk, zij heeft er geen behoefte aan. Maar haar moeder dan?   Wat is er dan toch gebeurd dat iemand hier zo ogenschijnlijk keihard op reageert? “Mama wil nog tegen haar zeggen dat ze haar vergeeft. Dat ze haar redenen zal hebben. Mamma wil niet dat ze straks spijt van haar gedrag krijgt. Maar hoe moet mijn zus dit straks aan zichzelf en haar kinderen uitleggen?” Huilend klampen ze zich aan elkaar vast. Ik slik een brok uit mijn keel weg. Hun moeder ligt te vechten tegen de dood, ze is er niet klaar voor en wacht op haar dochter.  Waarom doen mensen elkaar dit toch aan?

Een maand later in de aula bij de begraafplaats. Familie en belangstellenden nemen afscheid. Ze spreken mooie woorden, en de dochters hebben samen een mooi ritueel voorbereid. Terwijl ik de aanwezigen welkom heet valt mijn oog op een stel helemaal achterin. Onmiskenbaar de derde dochter van Rita. Ze lijkt op haar zussen. Als de twee dochters naar voren komen voor hun ritueel zien ze hun zus zitten. Even houdt ik mijn adem in. De jongste vraagt dapper aan de aanwezigen of er iemand  is die mee wil helpen bij hun ritueel.  Nee, dat gaat niet gebeuren. Het is een mooie dienst. En terwijl ik de laatste muziek en het defilé aankondig zie ik het stel haastig de zaal verlaten en weg zijn ze.   Zelfs ik voel me boos worden. Waarom kwam ze niet toen haar moeder nog leefde? Rita heeft zo lang tegen de dood gevochten omdat ze haar dochter nog wilde zien en vasthouden. Ik voel haar pijn en voel me zo machteloos.

Comments are closed.